DOSSIER ALMERE - EEN TIJDSDOCUMENT 
 BRON: VRIJ NEDERLAND 21-10-2000 NUMMER 42
 
'Ik word regelmatig zakkenvuller genoemd in plaats van burgemeester'
BURGEMEESTER OUWERKERK DOOR MARGALITH KLEIJWEGT EN MAX VAN WEEZEL

Burgemeester Hans Ouwerkerk gelooft in Almere. Okay, de jeugd verveelt zich en er is geld nodig om de problemen met allochtonen te lijf te gaan. Maar er is ook een tweede Gooi in de maak, waar landgoederen zullen verrijzen. En straks, met een echte rosse buurt in de stad, zal iedereen zien dat Almere lééft.

Burgemeester Hans Ouwerkerk van Almere heeft een huis gekocht in de Filmwijk. Alles is nog ingepakt, dus spreken we af in het Chinees-Japanse restaurant Het Gouden Huis, een Van der Valk-achtig etablissement aan de rand van Almere. Op de begane grond eten de gasten fu jong hai, een etage hoger zijn er sushi's.
Echt goede restaurants zijn er in Almere nog onvoldoende, geeft Ouwerkerk toe. Zeker nu de deftige bank Van Lanschot er een filiaal bouwt en PriceWaterhouseCoopers er zijn hoofdkantoor heeft gevestigd: die willen goed kunnen tafelen met hun cliënten.
Het bevalt Ouwerkerk in deze nieuwe gemeente, waar gemiddeld elke dag zeven nieuwe gezinnen komen wonen. De stad waar volgens de reclamefolders lles kan: je fantasiehuis bouwen, een landgoed kopen, waterskiën op een speciaal aangelegd meertje. 'Ik vind het een prachtige afsluiting van mijn carrière.'

Bijna drie jaar geleden stapte Ouwerkerk op als burgemeester van Groningen. Hij kwam onder vuur in de raad nadat hij rond de jaarwisseling onvoldoende krachtdadig zou hebben opgetreden tijdens de Oosterpark-rellen. 'Die rellen waren op 30 december. Ik dacht meteen: dit kost me de kop. Ik zei tegen mijn kinderen: hou er rekening mee dat ik wegga.'
Het vertrek viel hem zwaar. Hij hield van Groningen en hij was een populaire burgemeester. De weken rond zijn 'val' beschrijft hij als 'een nachtmerrie die maar niet voorbij ging'. Het leek het einde van zijn loopbaan. 'Ik wilde nog één keer solliciteren. Ik ben naar commissaris van de Koningin Hans Alders gegaan. Die zei dat Almere echt iets voor mij was.' Gedecideerd: 'Ik had het geen tweede keer meer geprobeerd. Dan was ik uit het burgemeesterschap gestapt.'
Hoe verwerkt u zo'n moeilijke periode?
'Het blijft een wond, maar het scheelt honderd procent dat ik zelf de beslissing heb genomen om te vertrekken. Nadat ik hier benoemd was, heb ik een paar maanden nodig gehad om het me hier eigen te maken. Ik heb natuurlijk een enorme bestuurlijke ervaring en gelukkig maken de wethouders daar gebruik van. Ik zeg ze: jongens, we moeten Den Haag en de media een poepie laten ruiken. En het werkt, ik zie het beeld kantelen dat men van Almere heeft.'

Ouwerkerk - in vrijetijdskleding, een trui op een overhemd - zit vol ideeën en plannen. Hij laat zich niet uit het veld slaan wanneer anderen laatdunkend over Almere praten. Stedebouwkundig hoogleraar Frieling begon daarmee: hij beschreef de stad als een kleinburgerlijke gemeenschap waar iedereen in joggingpak loopt en 's avonds om de barbecue zit. Dat klinkt niet aantrekkelijk.
Ouwerkerk: 'Ik wil erachter komen waarom mensen hier weggaan. Onze opdracht is bouwen, bouwen, bouwen, maar er ontbreekt een tinteling in de stad. Een spanning. Mensen die hier komen wonen, verwachten de ideale samenleving: huisje, boompje, beestje, en dat ze hun auto kunnen parkeren. Kortom: rust. Maar een stad moet ook zinderen, alleen dan bind je mensen.'
Ouwerkerk zegt dat het nog wel even duurt voordat het zover is. Sociale binding heeft tijd nodig, en Almere bestaat pas vijfentwintig jaar. Hij denkt wel dat de meeste Almeerders een prettig bestaan leiden. Maar het is niet allemaal koek en ei. Het echtscheidingspercentage in Almere ligt boven het landelijk gemiddelde, er is meer geweld binnen het gezin dan elders in het land. De wachtlijsten bij de Riaggs zijn lang, de jeugd verveelt zich en de criminaliteit stijgt. Ouwerkerk praat er realistisch over. Het hoort er allemaal bij als je een grote stad wordt, zegt hij.
Ouwerkerk vindt het fascinerend om te zien hoe snel zijn stad groeit. Binnen een aantal jaren zullen er tweehonderdduizend inwoners zijn. 'We zijn nu in inwonertal op weg naar de top-tien van steden in Nederland.' Een opwindende gedachte. Maar zoals het een goed burgemeester betaamt, wil hij ook weten of zijn burgers wel tevreden zijn. Sterker nog: of ze wel gelúkkig zijn. Maakt zo'n verkassing uit Amsterdam niet eenzaam? Missen de bewoners tante Cora niet, die vroeger om de hoek woonde? En komt daar iets voor in de plaats?
De burgemeester schakelde sociologen Kees Schuyt en Leon Deben in. Hij vroeg hen het welbevinden van de inwoners van Almere te onderzoeken. Niet alleen met nobele bedoelingen. Het is ook strategie. 'We willen meer geld van de overheid. Dit soort rapporten vertelt iets over Almere. Arie van der Zwan maakte al eerder een rapport over de economische groei hier en Paul Schnabel van het Sociaal en Cultureel Planbureau is ook voor ons bezig.' Op die manier, denkt hij, moét Almere wel opvallen in Den Haag.

'Mensen denken alleen nog maar rechten te hebben.
De waarde van hun huis, dat is het eerste waar ze over beginnen'

De bewoners van Almere verwachten veilig te kunnen wonen. Dat is het centrale thema, weet Ouwerkerk: 'Een paar weken geleden was er een schietpartij in Almere-Buiten. Dan schrikken de mensen zich rot.' De problemen met de Antillianen uit Almere en de Bijlmer op de Flevolijn (het treintraject tussen Amsterdam-Almere-Lelystad) zijn ook grimmig. De jongeren zorgden voor overlast in de trein, beroofden passagiers. Ouwerkerk noemt de Bijlmer en Almere communicerende vaten: 'Als de politie werk maakt van de Antillianen in de Bijlmer, komt een groot deel van hen naar Almere.' Daar hebben ze familie wonen. De politie, zegt hij, heeft soms moeite maat te houden. 'Ze zijn hier soms iets te fel in hun aanpak. Ik begrijp het wel, bepaalde problemen kennen ze niet en dan hebben ze de neiging om er met een zekere mate van geweld op af te gaan. Ze verliezen de proporties uit het oog.'
Hij voorziet twee problemen in de toekomst: de jeugd en het toenemend aantal allochtonen. 'Ik ben laatst met een van de wethouders bij Hannah Belliot op bezoek geweest, de stadsdeelvoorzitter van de Bijlmer. Ik wilde weten wat zij aan die problemen doet. Aan de criminaliteit, aan de werkloosheid onder Antilliaanse jongeren.
Daarna heb ik iedereen die zich in Almere met die problemen bezighoudt, bij elkaar geroepen. Toen viel mij een grote mate van zwijgzaamheid op. Laat ik het zo zeggen: ik kreeg de indruk dat de betrokkenen van elkaar niet wisten wat ze deden.'
Almere zou mee moeten delen in het geld voor het grotestedenbeleid, vindt Ouwerkerk. Dat geld is meestal bedoeld voor verpauperde stadswijken met veel allochtonen. Maar Almere zit als stad met 11,3 procent allochtonen behoorlijk boven het landelijk gemiddelde van 7,2 procent, vindt Ouwerkerk. En bovendien is regeren vooruitzien: 'Het is volstrekt belachelijk dat wij niet delen in die pot geld. Als we erbij horen, kunnen we leren hoe anderen dat aanpakken. Ik voel aan m'n water dat die problemen hier belangrijk zullen worden.'

Ouwerkerk is een praktisch man. Meer een doener dan een denker, vindt hij zelf. Hij wil zoveel mogelijk controle houden, dus vindt hij het prima dat de gemeente overleg voert met de woningbouwvereniging om de nieuwkomers zo te spreiden dat er geen getto's ontstaan.
Dat was vroeger taboe.
'Ja, dat kan zijn. Maar wij zijn reëel. Er is wel meer dat landelijk niet mag en lokaal toch gebeurt.'
Amsterdammers van het eerste uur, die hun stad ontvluchtten vanwege de vele buitenlanders zijn soms woedend als ze merken dat 'die buitenlanders' ook naar Almere trekken. 'Bij een discussie over de vestiging van een asielzoekerscentrum riep een man: "Eerst ging ik om die reden weg uit De Pijp, toen uit de westelijke tuinsteden, daarna uit Lelystad en nu zijn die gekleurden ook al hier."'
Het was indrukwekkend, zegt Ouwerkerk, dat die avond eindigde met een Iraniër die vertelde dat hij een baan aan de universiteit had en het liefst naar zijn land zou teruggaan, maar daar onthoofd zou worden. 'Van zulke bijeenkomsten heb ik tegenwoordig last, ik moet aftaaien. Mijn eeltlaag wordt dunner en de taal die anderen bezigen is steeds ruiger. Iedereen is alleen bezig met zijn eigenbelang, mensen denken alleen nog maar rechten te hebben. De waarde van hun huis, dat is het eerste waar ze over beginnen. Laten we eerlijk wezen, de bejegening van elkaar wordt echt ruwer in dit land. Ik word regelmatig zakkenvuller genoemd in plaats van burgemeester.'
Het verbaast Ouwerkerk dat de tolerantie voor verandering laag is in Almere. 'Mensen willen meer gezelligheid, maar als er dan een nieuw café komt, klagen ze over geluidsoverlast.' Mensen verwachten dat hun leven perfect wordt als ze besluiten naar Almere te gaan. Een eigen huis, een eigen tuin, een eigen garage. Dát is wat ze willen, dat is wat ze eisen. Dus hoeft er maar iets tegen te zitten en ze gaan klagen.
De meeste mensen hebben twee auto's, maar ze hebben maar één garage. Dat is natuurlijk een misstand. Het valt Ouwerkerk op dat er steeds meer auto's in Almere staan. Ook de straten waar de huizen nog moeten worden gebouwd, staan al vol geparkeerd. Sommige huishoudens hebben wel vier auto's. Er zijn speciaal aangepaste garages, met verwarming om de oldtimer een comfortabel bestaan te bieden. 'Overal zijn auto's. Moet ik toegeven aan die terreur? Moet ik extra parkeerplaatsen maken, garages onder de grond? Het is nu eenmaal zo: de afwezigheid van een parkeerplaats wekt agressiviteit op.'

Toen Almere er net stond, lag de nadruk op sociale woningbouw. In de afgelopen jaren zijn er steeds meer betaalbare koopwoningen gebouwd. Maar nu is het tijd om de écht kapitaalkrachtigen te verleiden naar Almere te komen. Ouwerkerk vindt het belangrijk dat alle lagen van de bevolking zich in Almere vestigen. Omdat dat aardig is en omdat het een rem zet op een snelle ontwikkeling van sociale problemen. Vandaar dat er nu heuse landgoederen te koop zijn, van tweeduizend vierkante meter.
De bedoeling is dat de eigenaren er een leuk huisje op zetten en ervoor zorgen dat de natuur eromheen weelderig groeit. 'Dat gebied moet op termijn een tweede Gooi worden,' zegt Ouwerkerk enthousiast. 'Onze grootste kracht hier is de natuur.'
Toen Jan Pronk een keer op bezoek kwam, liet Ouwerkerk trots al zijn plannen zien. Pronk vond de landgoederen geen goed idee. 'We moeten verdichten,' zei hij tegen Ouwerkerk. 'Ik zei: dat is mooi, Jan. Maar weet je wel waar wij mee bezig zijn. Als je een gemeenschap opbouwt, heb je ook mensen nodig die wel naar een dure winkel gaan.' Lachend: 'Op die manier kon ik hem overtuigen dat het toch socialistisch was wat ik deed.'
Een gevarieerde bouw, meer cafés, een theater, allemaal ingrediënten om Almere een ziel te geven. Om diezelfde reden hoopt Ouwerkerk op de snelle komst van een rosse buurt: 'Zoiets hoort bij de grote stad.'
Het lijkt erop dat de burgemeester een tikje verslaafd is aan rapporten, want deze kwestie besteedde hij uit aan de Amsterdamse Wallenmanager Freek Salm. Die heeft onderzocht of een red light district in Almere levensvatbaar zou zijn. De gemeenteraadsleden hebben hun commentaar op het rapport gegeven. Binnenkort presenteert Ouwerkerk zijn plan.
Het enige waar hij nog niet echt een oplossing voor heeft gevonden, is voor de jeugd, die zich suf verveelt in Almere. Als ouders bij hem komen klagen dat er zo weinig vertier is voor hun kinderen, zegt hij: vindt u dan dat wij een gemeentelijke disco moeten maken? Wij zijn toch geen kroegbaas? Nee, dat vinden ze ook. 'Toch denken ze dat ik ervoor kan zorgen dat er wél meer disco's komen.'
Dan heeft hij een idee, best gedurfd voor een burgemeester: 'Ze kunnen toch met de laatste trein naar Amsterdam en met de eerste weer terug? Bij mijn kinderen moest ik er ook aan wennen dat ze niet voor elf uur 's avonds weggingen.


Foto: Hans Ouwerkerk

 
SOCIALE COHESIE DOOR ELMA DRAYER EN MARGALITH KLEIJWEGT
Almeerders houden nog wel van Almere - nóg wel

POLITIE DOOR ELMA DRAYER
De zwarte zijde van het walhalla

BOUWEN DOOR JAAP HUISMAN
Verpletterend gewoon

NOOIT WITTE SOKKEN DOOR MARLIES LENSINK
Tof studeren in de polder

BURGEMEESTER OUWERKERK DOOR MARGALITH KLEIJWEGT EN MAX VAN WEEZEL
'Ik word regelmatig zakkenvuller genoemd in plaats van burgemeester'